LOU LOEBER (1894 - 1983) wilde van jong af aan schilderen. Haar vader bouwde in de tuin voor haar een atelier. Drie jaar hield ze het op de Kunstacademie vol. Daarna stopte ze. De lessen waren te traditioneel voor haar. De abstracte schilderkunst ontstond in de kunstwereld. Zij sloot zich daarbij aan.
Ze ontwikkelde een eigen manier van werken. Strakke lijnen, heldere kleuren, los van het realisme.
Haar onderwerpen waren divers: landschappen, gebouwen en portretten.
De eerste werken zijn traditioneel. Ze werkte wel met kleurvakken.
ZELFPORTRET 1921
STRAND 1921
Geleidelijk begint ze haar onderwerpen verdelen in harmonieuse vlakken.
DORPJE 1923
BOSLAANTJE 1924
DE SLAPENDEN 1925
zeefdruk.
Haar socialistische achtergrond komt in haar werk tot uiting.
Ze maakte bewust kopieën, om zo de werken betaalbaar te houden.
KOP (TOON VERHOEF) 1925
HOUTHANDEL 1931
GASFABRIEK ARNHEM 1954
WERVELEND LANDSCHAP 1961
Je ziet haar ontwikkeling als kunstenaar. Kleurgebruik en compositie maken het werk tijdloos.
Toegift: MADELEINE BERKHEMER (1973 - 2019) maakte installaties van panties en nylon kousen.



























