My Blog List

Wednesday, April 13, 2011

LUCAS VAN LEIJDEN EN ACTUELE INTERPRETATIES

8 april 2011

In de Lakenhal te Leiden is een groot overzicht te zien van de schilder en etser Lucas van Leijden(1489(?)- 1533). Hij is een overgangsfiguur van de middeleeuwen naar de renaissance. Naast enkele zelfportretten en een mannenportret is hij vooral een verhalenverteller en moralist met een voorkeur voor de erotiek. Hij maakte een grote serie Vrouwenlisten. Ook Lot die door zijn dochters wordt verleid heeft hij meerdere malen uitgebeeld. De aandacht voor het landschap en voor het menselijk lichaam kondigen de nieuwe tijd aan. Daarbij komt zijn enorme gevoel voor kleur.
Het etsen zag hij vooral als een goede manier om zijn werk breed te verspreiden.
Zijn topstuk is Het Laatste Oordeel, een triptiek voor de Pieterskerk gemaakt in opdracht van de familie van Zwieten. Het zal in zijn tijd voor veel opschudding gezorgd hebben omdat men niet gewend was naakten te zien.
Het werk en de persoon worden in zijn tijd geplaatst met vooral aandacht voor de wederzijdse invloed op Albrecht Durer.
ZELFPORTRET
DETAIL LAATSTE OORDEEL
LAATSTE OORDEEL(1527)
LOT EN DOCHTERS(1515)
LOT EN DOCHTERS
MARS EN VENUS

Een groep moderne kunstenaars heeft naar aanleiding van deze tentoonstelling werk gemaakt of gekozen dat aansluit op de thematiek van het Laatste Oordeel van Van Leijden. Soms is die aanleiding de vorm(Lakke), somslhet oordeel(Braspenning), soms is de verbinding puur associatief: zonde, leven/dood. Al met al een boeiende selectie die uitstekend tot zijn recht komt in het Scheltemacomplex.
MAURICE BRASPENNING(1968) the pope(2011) 244x366
MARJOLEIN VAN HAASTEREN(1967)
styx(2011) 190x210
ALLART LAKKE(1961) -het joodse bruidje 1999
MAAYKE SCHUITEMA(1974) magna mter(2011)304x300
IZAAK ZWARTJES(1974) the conference 2009 220x100x150

Monday, April 04, 2011

GERT& UWE TOBIAS +JAMES ENSOR IN GEMEENTEMUSEUM

2 april 2011

De tweelingbroers Gert & Uwe Tobias(1973, Roemenie)veroveren de kunstwereld.
Zij maken vooral enorme houtsneden, vaak gebaseerd op de kunst van het land of stad, waar ze exposeren. Daarnaast maken ze installaties, gouaches en collages.
Voor het GEM in Den Haag baseerden ze zich op het 17e eeuwse stilleven en vooral op de aan touwtjes hangende geiten of gevogelte die daarop te zien zijn.
Ze maken los van elkaar tekeningen, dan componeren ze het beeld, scannen dat op de computer, die vervolgens de houtsneden snijdt. Door de enorme omvang van veel van hun werken moeten ze 12 of 18 vellen afdrukken en samenstellen. Elk werk kent een oplage van hooguit 2. De platen worden later eventueel weer gebruikt in andere samenstellingen.
ZT 2011
Voor elke tentoonstelling maken ze een affiche. Zo zijn ze ook begonnen. Nadat ze met hun ouders naar Duitsland verhuisd waren, vernamen ze dat de streek waaruit zij stammen in het Westen vooral bekend is door Dracula en de vampiers. Hun eerste werken waren posters voor hun geboorteland met de nadruk op de horror, gruwelijk maar vol kleurenpracht.

ZT 2010

ZT 2010
Deze vogelkop verschijnt veelvudlig op hun werken.

ZT 2009
De rasterachtergronden gebruiken ze graag net als leestekens. Hiermee worden ze gezien als navolgers van Mondriaan. Een wat vergaande vergelijking.

ZT 2011
Hier is duidelijk de invloed van het Hollandse stilleven te zien.
ZT 2010
Als je goed kijkt zie je een geitenkop.

De broers Tobias waren ook aanwezig op de expo in Oostende, waar ter gelegenheid van het feit dat Ensor 150 jaar geleden werd geboren de invloed van Ensor op moderne, jonge schilders werd getoond. Veel invloed op het werk was er niet te zien behalve bij de tweeling Tobias. Zij sloten wonderwel aan op Ensor in hun groteske figuren en bonte kleuren.
James Ensor (1860-1949) heeft een overzicht in het Stedelijk. Veel werken zijn bekend.
Zijn karikaturale uitbeeldingen, zijn spot, het gebruik van maskers, de dood en Christus zijn overbekend. In veel musea behoort Ensor tot de lichte hoogtepunten, veel Ensors bij elkaar zorgt ervoor dat de werken elkaar verzwakken. Het wordt bijna een maniertje.

ZELFPORTRET MET HOED MET VEREN
Amper 23 jaar oud schildert hij dit ijdele, maar geestige portret met de hoed van zijn tante op het hoofd.
INTRIGE
De man loopt met zijn minnares te wandelen. Zijn vrouw of ex valt hem lastig omdat hij niet voor zijn kind zorgt.
DE SCHILDER OMRINGD DOOR MASKERS
De maskers dienen bij Ensor niet alleen tot vermaak. Zij ontmaskeren de dragers en tonen hun ware aard.
PIERROT
De clown is verward, voelt zich gevangen in zijn rol.
MAN VAN SMARTEN
Een klein schilderij dat geschilderd lijkt door een hedendaagse striptekenaar.
DE DOOD ALS SCHILDER
Ensor kokketteert graag met de dood. Hij kon stevig afgeven op zijn omgeving en collega kunstenaars. Hij wist al dat je door ophef te maken de schijnwerper op je gericht krijgt en dus ook op je werk. Hij noemde zich graag de onbegrepen voorganger die eigenhandig de kunst zou redden uit de handen van de dode kunstenaars.

Thursday, March 31, 2011

TEMPORARY STEDELIJK 2

26 maart 2011

Het Stedelijk Museum Amsterdam is nog steeds iet af. AL bijna tien jaar is de verbouw aan de gang. Van de nieuwe vleugel is nog weinig te zien. De nieuwe directrice heeft eindeljk besloten het gerenoveerde gedeelte te gebruiken voor tijdelijke tentoonstellingen uit de eigen collectie. De benaming Temporary Stedelijk en de subtitlesMaking Histories en Recollections moeten blijkbaar de belangrijkheid van de expo's aangeven, want Engels, dus internationaal. In deze tweede tentoonstelling zou op verzoek van het publiek een aantal topstukken eindleijk weer te zien zijn. Dit gaat op voor de erezaal, waar Matisse, Klein, Mondriaan en Malevich schitteren. De rest van het gebouw toont naast lege zalen(!) Charley Toorop, Willem de Kooning, Judd, Serra, Warmerdam, Nauman, Andre, Van Elk, Tan, etc. Wat door de samenstelling en presentatie vooral opvalt, is de kilheid. De werken zijn er, zie maar.
Wie op de site van het museum de hoogtepunten bekijkt, ziet dat deze werken door het museum zelf niet allemaal tot de hoogtepunten worden gerekend, van sommige is zelfs geen afbeelding te vinden. Een flink aantal zalen tonen de hoogtepunten uit de designverzameling, bijna net zoveel werken als uit de beeldende kunst. De balans is ver te zoeken.
Op de benedenverdieping is aandacht voor belangrijke tentoonstellingen uit het verleden, iets dat het Van Abbe in Eindhoven ook doet. Vooral veel documentatie en foto's uit de jaren 70 van de expo Bewogen Beweging, maar weinig werken. Een ander deel gaat over de televisie in de kunst, met o.a Nam June Paik en alweer Bruce Nauman.
Wat opvalt is dat het blije en avontuurlijke van die tijd nu vooral onbeholpen en melig blijkt te zijn.
Kortom, geen reclame voor het museum, geen nieuwsgierig maken naar de toekomst, maar een soort zwelgen in het verleden, toen betekende het museum nog wat....

Echte hoogtepunten:
DAN FLAVIN hommage aan Piet Mondriaan
HENRI MATISSE La Perruche et la Sirene 1952/53 337x768
YVES KLEIN resonance(MG 16) 1960
PIET MONDRIAAN 1931 107x107
CHARLEY TOOROP zelfportret met hoed en voile 1938
WILLEM DE KOONING

Wednesday, March 30, 2011

CALDIC COLLECTION IN KUNSTHAL ROTTERDAM

18 maart 2011

I PROMISE TO LOVE YOU is de titel die de verzamelaar Joop van Caldenborgh gegeven heeft aan de expositie van (een deel van) de kunstaankopen die hij in de afgelopen 10 jaar heeft gedaan voor de Caldic Collection.

TRACEY ENIM 2007 146x143

In zijn verzameling zijn een paar constanten vast te stellen: een voorliefde voor
1. abstracte, geometrische kunst: Van Schoonhoven, Ad Dekkers, Bridget Riley, Bernard Frize,etc
2. fijnzinnige humor: Francis Alys,Levi van Veluw, Gavin Turk, Robert Therrien, Silvia B, Maria Roosen, Julian opie, Yayoi Kusama, Sam Taylor Wood, Ai Wei Wei, etc
3. voorliefde voor vakmanschap: Robert Zandvliet, Hans Op De Beeck, Tjebbe Beekman, James Turell, Folkert de Jong, olafur Eliasson, etc etc.

De tentoonstelling is veelzijdig: schilderijen, foto's, 3D-werken en video's.
Het is verrassend te zien hoe de werken individueel tot hun recht komen en toch een samenhang tonen. Opvallend ook dat de Nederlandse kunstenaars vanzelfsprekend passen in het internationale gezelschap. De oorzaak is simpel: smaak.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld de tijdelijke expo in het Stedelijk Amsterdam geeft deze expo een geloof in de noodzaak van moderne kunst en een goed gevoel, kunst kan je blij maken getuige de Caldic Collection.

TOM HUNTER Anchor and Hope 2009 122x152

BRIDGET RILEY Out There 2004 130x 390 (vergelijkbaar werk)

MARIA ROOSEN Breast Berries 2009 270x45x45

HANS OP DE BEECK after the gathering 2007 75x150x150

TONY GRAGG Blue Horn 1982 175x360x470

SILVIA B Blanche LeBlanc 2008 145x125x64

YAYOI KUSAMA Pumpkin 2009 220x260x260

BERLINDE DE BRUYCKERE Per Benedetto 2009 201x120x70


STAN DOUGLAS Hasting Park 16 july 1955, 2008, 159x234

NIELS BROSZAT Een vaas met bloemen#3 2007, 72x60

FOLKERT DE JONG the last thinker 2010, 97x96x146

SAM TAYLOR WOOD sigh 2008, 8"37

Prelude in Air by Sam Taylor-Wood from Nancy Ng on Vimeo.

SAM TAYLOR WOOD (niet het werk dat te zien is, maar een vergelijkbaar werk: de muzikant speelt zonder instrument)

Monday, March 14, 2011

SCHOONHEID IN DE WETENSCHAP + FOTO'S UIT EIGEN BEZIT

11 MAART 2011

In Museum Boymans van Beuningen te Rotterdam is een succesvolle expositie te zien over Schoonheid in de Wetenschap. Geen kunst, alleen projecties van beelden uit de wetenschap die ons gevoel voor schoonheid aanspreken. De tentoonstelling is samengesteld door prof Hans Galjaard. Er komen zo'n 1000 mensen per dag kijken naar de wonderlijke plaatjes, vooral van opnamen door microscopen,telescopen en ultrasonisch geluid gemaakt en van fysische verschijnselen die te snel gaan om met het blote oog te zien.
Het zijn bijproducten van onderzoek, zo stelt James McAllister, hoofddocent Wetenschaps-filisofie in Leiden, tijdens het symposium dat in he tkader van de expositie gehouden werd in de Doelen, getiteld Schoonheid en Wetenschap.
De moderator en organisator van de bijeenkomst, Jan C. Molenaar, heeft voor een goed, helder en duidelijk opgebouwd programma gezorgd: eerst aandacht voor Wat is zien? en Wat wetenschappers zien. Daarna voor de vraag Wat is schoonheid? Schoonheid in wetenschap en kunst en tot slot aandacht voor de kracht van de verbeelding in wetenschap en kunst.
De biofysicus Ignace Hooge toont op aanstekelijke wijze aan wat er in ons hoofd gebeurt als we zien. Ons brein heeft een voorkeur voor contrasten, geometrische figuren, kleuren en gezichten. We ervaren de wereld driedimensionaal, terwijl we tweedimensionaal waarnemen. Ons brein is bevooroordeeld en interpreteert wat we zien pijlsnel en komt tot waarnemingen die wij als waar ervaren. Toch kent ons zichtvermogen zijn beperkingen doordat de gegevens die ons oog binnenkomen en door miljoenen cellen worden ontvangen geclusterd doorgestuurd worden naar de hersenen die het geziene interpreteren, waardoor we ook zien wat er niet te zien is.

De astrofysicus Vincent Icke maakt duidelijk dat we met behulp van optische middelen ver in het heelal(en dus in de tijd)kunnen kijken. Wat daar te zien is, moet zichtbaar gemaakt worden om er onderzoek naar te doen. Helaas gaat het met publicaties en berichtgevingen nogal eens iets mis. Aangezien Icke ook kunstenaar is, laat hij zien dat je met manipulatie van de verkregen beelden kunst en schoonheid kan krijgen.
Het publiek zal vaak niet zien wat de wetenschap als schoonheid ervaart, omdat die zit in het belangrijke, ontroerende, symmetrische in het onderzoek en niet in mooie plaatjes.
De vraag wat schoonheid is, blijft lastig. Tranen en kippenvel, zoals Kees van Kooten ooit als defintiie gaf, komt dichtbij de uitspraak van Molenaar. Vroeger dacht men dat schoonheid vanzelf samenviel met de waarheid, ook die uitspraak doet nog steeds opgeld, volgens McAllister: het gevoel dat iets klopt en alleen maar zo bezien kan worden verhoogt het schoonheidsgevoel.
Lijnen, symmetrie, harmonie zijn voorwaarden die we ook aan schoonheid stellen.
En daarom is schoonheid geen eigenschap van kunst meer, volgens Janneke Wesseling, kunsthistoricus. De moderne kunst houdt zich niet met de schoonheidsvraag bezig.
Zij wil begrippen, gevoelens, ervaringen overbrengen en soms het ongeziene vorm geven.
Het grote verschil tussen kunst en wetenschap is dat de laatste draait om het weten, gebaseerd op feiten en de eerste om besef, begrip, gebaseerd op ideeën en toeval.
Tot slot laat Robbert Dijkgraaf zien dat verbeelding ook in de wetenschap van enorm belang is. In razend tempo vliegen we door de geschiedenis van de natuurwetenschappen heen waarbij naar voren komt dat er wetenschappers zonder, met en met teveel verbeelding zijn. De middengroep is door hun verbeeldingskracht in staat de wetenschap verder te brengen.
Al met al een goede ondersteuning van het opnieuw bekijken van de expositie.

Wednesday, March 09, 2011

GERCO DE RUIJTER IN STEDELIJK MUSEUM SCHIEDAM

GERCO DE RUIJTER (1961, Vianen) fotografeert landschappen. Hij gebruikt daarvoor een vlieger of lange stok. Zo maakt hij zijn opnames van een hoogte van 20 tot 100 meter.
Zijn foto's doen door de afstand en de kadrering denken aan abstracte geometrische schilderijen. Alles is even belangrijk in de werken. Omdat de kijker het moet doen met het beeld, er zit geen verhaal of diepere betekenis achter, zijn vooral de foto's interessant die zich op het snijvlak van herkenbare werkelijkheid en abstractie bevinden. Door de geometrie te benadrukken zit er een ritme in de werken die schoonheid kunnen oproepen, maar soms ook bijna kitscherig overkomen of als behangpatronen. De keuze in welke opnames je laat zien en welke niet is daarom van het grootste belang. De serie Baumschule is nu voor het eerst te zien. Ze zijn niet allemaal even sterk. Op vierkante zuilen bevestigd, kan je ze alleen naar beneden kijkend aanschouwen. Dat werkt eerst prima,
je neemt als het ware de positie van de camera in. Toch hebben de foto's een sterkere werking als je ze aan de wand ziet.
BAUMSCHULE
2008
2010
2010
OUDER WERK
2005
2008
2007

Thursday, March 03, 2011

SURREELE FOTOGRAFIE IN BOYMANS

26 februari 2011

Uit de eigen collectie toont Boymans een serie foto's onder de noemer Surrealisme.
Aansluitend bij de grote collectie Surrealisme met het accent op Salvoador Dali heeft het museum ook fotografie verzameld die op de een of andere wijze de werkelijkheid weergeeft op een wijze die aansluit bij het surreele. of dat voor alle foto's geldt mag worden betwijfeld. Paul Kooiker lijkt toch vooral realist. Bellmer en Elenbaas werken met poppen, Van LAmsweerde en Sylmans bewerken hun opnamen digitaal.
WALLY ELENBAAS

WALLY ELENBAAS

INEZ- PAUL KOOIJKER
INEZ VAN LAMSWEERDE

JEUX DE LA POUPEE -HANS BELLMER

RANANIM- SYLVIE ZIJLMANS