My Blog List

Wednesday, February 26, 2014

CLOSE CONTRAST Pictura Dordrecht

Alweer een expositie met een engelse titel. En met een publicatie die de kunstenaars een achtergrond geven als zijnde passende in een dwarse houding die ondanks de weerstanden toch bleven schilderen.
Ietwat overbodig, want de schilderkunst staat alom in de belangstelling. De vier kunstenaars komen allen uit Vlaanderen, althans zijn daar werkzaam. Nog een overeenkomst: ze hebben allemaal op de Antwerpse Academie gezeten. Maar daar houden de overeenkomsten wel op. Elk heeft zijn eigen manier van werken.
TOM POELMANS reageert op de kunstgreschiedenis met humor, hetzij in de toegevoegde teksten, hetzij in de titels die hij aan zijn werken geeft. Zoals bij deze figuur die verwijst naar Guston de titel hoort: ONE MAN'S QUEST TO REACH THE ISLAND OF HIS DREAMS (2013)


THE VAN BERGEN is de nestor van het stel. hij heeft de drie andere en jonger schilders uitgenodigd. Zijn werken zou je post-modern kunnen noemen in zijn gebruik van codes en conventies uit verschillende tijden. In dit werk HET ACHTERHOOFD herkennen we invloed van de Aboriginals en van Art Deco-kunst in de zwierige lijnen die zich kronkelen om de kaarsrechte arm,

VINCENT GEIJSKENS zoekt voortdurend naar de vraag wat vorm en kleur bijdragen aan het totaal. Hij maakt collages (zie hieronder) en gebruikt dezelfde techniek in zijn schilderijen, zoals in dit meesterlijke werk met de fraaie titel:  L' ANUS SCOLAIRE.

Z.T.
De meeste indruk op mij maakte het werk van NICK ANDREWS, geboren in Londen, maar zijn opleiding volgde hij in Antwerpen. Hij is een echte Vlaming die in zijn werken verhalen vertelt in fauvistische figuren en tableaus. Zijn kleurgebruik en composities maken hem een ontdekking die meer aandacht verdient.
BILLY THE KID 2013

HIS MASTER HENRYS PROPS 2013

SACRED THEMES 2011

WRONG PLACE, RIGHT TIME 2012

Tuesday, January 07, 2014

STOP MAKING SENSE Museum Dordrecht

Aanleiding voor deze tentoonstelling was de ontdekking dat er in de collectie van het museum geen schilderijen aanwezig zijn uit de jaren 80. In die periode grepen veel jonge kunstenaars weer naar verf en doek om hun ideeën en gevoelens vorm te geven. Ze zetten zich daarmee af tegen het minimalisme en de conceptuele kunst. Invloeden kwamen uit Duitsland (die Junge Wilde) en de straat(graffiti).
Opmerkelijk is dat er maar een vrouw aanwezig is met werk op de expo: Marlene Dumas. zij is ook de enige die internationaal is doorgebroken. Rene Daniels was wel op de Dokumenta te zien geweest, maar ziekte maakte het hem onmogelijk om de springplank te gebruiken die de Dokumenta toch vaak is naar een internationale doorbraak. Erik Andriesse en Rob Scholte kregen al snel naamsbekendheid, maar een vroege dood(Andriesse) en een ontploffende auto(Rob Scholte) stond een echte doorbraak in de weg. Een aantal werken verrassen, vooral doordat van hun makers weinig of niets bekend is.

De foto's zijn overgenomen uit het verslag van het blog Lost Painters, dat een gevoelige vinger aan de pols is wat betreft de actuele kunst.
ERIK ANDRIESSE - LEEUW EN SPRINGBOKKEN. 1988

FONS HAAGMANS - GROOT CIJFERDOEK 1 1987

EMO VERKERK- STUDIE VOOR PORTRET JAMES JOYCE 1982

JOHAN VAN OORD - COMPOSITIE 4014 1987

HANS SCHUIL - Z.T. (OP BLIK) 1986

HENRI JACOB -SALLE A MANGER SALLE A MOURIR 1989

BERT BOOGAARD - 557 WEESP 1985
MAARTEN PLOEG -Z.T. 1992

MARIEN SCHOUTEN- Z.T. 1984

MARLENE DUMAS - PORTRET VAN MARK MOLENAAR 1984

MARLENE DUMAS & TON VAN SUMMEREN - FAME 1980

PETER KLASHORST - ADAM EN EVA 1982

ROB BIRZA- 1521 . 1989

RENE DANIELS -

ROB SCHOLTE - VERBODEN VRUCHTEN 1985

Monday, January 06, 2014

PHILIP-LORCA diCORCIA in DE PONT

DiCorcia (1951, USA) rekent men tot de belangrijkste hedendaagse fotografen. Hij fotografeert in series, die dan tezamen in boekvorm verschijnen. Ook werkt hij in opdracht voor (foto)tijdschriften.
Hij heeft een voorkeur voor het alledaagse, dus van zijn onderwerp moet hij het niet echt hebben.
Bijna geen foto is zo maar genomen. Daarvan getuigen de 1000 polaroids die op de expo te zien zijn.
Compositie, point-of-view en vooral de belichting wordt tot in het kleinste detail afgewogen.
Dat geeft zijn foto's iets theatraals, iets filmisch.

Hij brak door met de serie HUSTLERS(1990-1992): portretten van mannelijke prostitues in Hollywood. De foto's zijn niet op hun werkplek genomen. DiCorcia heeft ze geplaatst op een plek en in een licht dat hun verschijning meer maakt dan zo maar een portret. De foto's roepen mededogen op met de mannen. Dit wordt versterkt door de titels. Deze bestaan uit de naam van de hustler en het bedrag dat de fotograaf hen moest betalen voor het poseren.


Goed werk is te vinden in de serie STREETWORK(1993-1999). D e voorbijgangers weten niet dat ze gefotografeerd worden. De lichten zitten op diverse plaatsen en de fotograaf zit verscholen. Hij bedient de lampen als flitsers en drukt af. Nieuw is dat de portretten niet geënsceneerd zijn.
De serie HEADS (2000-2001) is een variant op de vorige serie. Door de belichting anders te gebruiken, doemen de mensen op uit een zwarte achtergrond. De verbluffende scherpte geeft hen een bijna een presence als bij Vermeer.



Dogs




 DOGS is aangekocht door De Pont. Het is een typisch DiCorcia werk: de compositie is helder, het natuurlijke licht is aangevuld met extra licht, het witte decor  met de onnatuurlijk gekleurde tv beelden en de weerkaatsing in de glazen tafel, het standpunt zo gekozen dat we met de honden mee kijken, kortom, duidelijk geensceneerd.
De inhoud werkt ook mee. De rijkdom lijkt in strijd met de pornobeelden, waar niemand naar lijkt te kijken behalve de honden. Zo interpreten we de scene. Wie goed kijkt, ziet dat de honden hun blik meer lijken te richten op het onderste tv.-beeld.

Hij is nu nog steeds bezig met zijn serie EAST OF EDEN. De onderstaande twee werken zijn daar onderdeel van. Ze moeten het hebben van het grote formaat. Ook hier is de hand van de meester te herkennen. Het precieze moment, de perfectie in compositie en sfeer en de haarscherpe afdruk.
Sylmar, California 2008



Tuesday, December 17, 2013

THOM PUCKEY in Stedelijk Museum 's- Hertogenbosch

Thom Puckey(1948, Londen) woont al lang in Nederland. Hij is werkzaam als docent aan kunstacademies en als beeldhouwer. In veel steden zijn 'buitenbeelden' van hem te zien.
De laatste tijd heeft hij zich toegelegd op beelden van jonge vrouwen met wapens. In de titels van de beelden zit soms de naam van het model verwerkt.
Het zijn klassiek uitgevoerde beelden in marmer. Ze zijn zeer realistisch, maar niet erotisch.
Het publiek bewondert vooral de precisie in de afwerking. De stoffen rimpelen 'echt', evenals de beha's, de teentjes en de schaamlippen.
Opvallend is dat de diverse modellen op elkaar lijken. Ze zijn allemaal jong en slank en kijken vastberaden. De combinatie met wapens zet de toeschouwer aan het denken: seks en geweld, onschuld en dreiging, vrouwelijk lijf en mannelijke wapens, het zorgt voor de verwarring en de humor die de maker vast heeft beoogd.

 De naakten zijn ontstaan in een arbeidsintensief proces: kleimodellen en gipsen mallen worden op ware grootte in Italië in marmer omgezet. Refererend aan het vakmanschap en de ambachtelijke precisie van de neo-classicistische beeldhouwkunst poseren de jonge vrouwen met modern wapentuig of een camera. De modellen blijken kunstenaars te zijn en de poses doen denken aan stills uit performances, al blijft het verhaal raadselachtig. Er is drama, rust en misschien wel berusting. De kijker wordt op zijn beurt door de nietsverhullende naaktheid van de modellen geconfronteerd met de ongemakkelijke combinatie van seksualiteit en geweld.(fragment uit bericht Stedelijk Museum)

Zaal overzicht
 De opstelling benadrukt de klassieke kant van de beelden. Ze staan daar met voldoende ruimte om hen heen en prima belicht.











De beelden waren eerder te zien in het Prato. Daar was de aankleding anders. Jan van der Ploeg zorgde voor een kleurrijke omgeving door wanden en consoles te beschilderen. De beelden worden er moderner van.





Sommigen spreken van kitsch, mijns inziens ten onrechte. Wel moet ik steeds denken aan het werk van Marc Quinn(1964, GB). Hadden zij toevallig dezelfde ideeën of heeft Puckey zijn inspiratie uit het werk van Quinn gehaald?
Marc Quinn - Kate Moss

Monday, December 16, 2013

MALEVICH Stedelijk Amsterdam

Kazimir Malevich and the Russian Avant- Garde, zo heet het overzicht officieel dat het Stedelijk heeft samengesteld. Zo' n 500 werken plaatsen Malevich in zijn tijd en in zijn ontwikkelingen.
Zelfportret 1908
Al vanaf het begin van zijn academiejaren wilde Kazimir Malevich(1879-1935) dat in zijn werk de invloed van de Russische volkskunst zichtbaar moest zijn. Ook de moderne kunstbewegingen die in Parijs tot ontwikkeling kwamen beïnvloedden hem.  De vrijheid in kleur en vorm herkende hij in deze traditionele volkskunst en in de moderne Parijse kunst. Zeker in zijn jonge jaren experimenteerde hij met de diverse kunstopvattingen. Hij richtte met collega's regelmatig groepen op waarvoor hij manifesten schreef. Veel van die clubjes vielen binnen een jaar uiteen.
In het werk hieronder is de invloed van Cezanne( in de vorm) en van Gauguin(in de kleur) te zien.

Baadsters op de rug gezien 1908/9  
Op de boulevard 1910
Uiteindelijk koos hij voor de Neo Primitieve Stroming, die de gewone man, boeren en arbeiders, tot onderwerp namen en met een beperkt palet en simpele vormgeving werkten.
De Vloerpoetsers 1911
Hij vereenvoudigde vormen nog verder, nog primitiever. Het moest vooral niet realistisch worden.

De Oogst 1912
Futurisme: De Slijper 1912/13


Cubisme : Kop van een boerenmeisje 1912/13
In Moskou wilde Malevich en zijn ' volgelingen' het Cubisme en het Futurisme mengen.
Daarnaast werkte hijzelf ook in een stijl die hij A-logisme noemde: een associatieve, collage-achtige manier van schilderen.
Een Engelsman in Moskou 1914
Daarna ontwikkelde Malevich zich steeds verder en hij schreef in 1916 een boekje met de titel:
Van Kubisme tot Suprematisme: Nieuw Realisme van de schilderkunst.
Daarin legt hij uit dat Kubisme en Futurisme zijn blijven steken in het figuratieve. Het suprematisme
bevrijdt de schilderkunst en opent een nieuwe wereld voor de kunst: het schilderen als doel in zichzelf. Het realisme in deze kunst is niet een representatie van de werkelijkheid, maar het zetten van kleur in vormen op het doek.
Een imitatie van de tentoonstelling waarop Malevich zijn suprematische werken toonde, met in de bovenhoek het zwarte vierkant. In Russische woningen hing in die tijd op die plek een icoon.

Overzicht met suprematische werken.



Zelfportret in twee dimensionalen 1915




Suprematisme met blauwe driehoek en zwarte rechthoek 1915


Suprematisme 1915
Suprematistisch Kruis 1927
De laatste werken tonen wit op wit. De vormen zijn nauwelijks waarneembaar, kleur ontbreekt.
Een eindpunt in het schilderen. Malevich hing zijn kwast aan de ezel en werd een bevlogen leraar.
Samen met zijn leerlingen onderzocht hij mogelijkheden om het suprematische gedachtengoed in drie dimensionale vorm te gieten. Het zijn dus geen maquettes, maar stapelingen van vormen.
Architectone: Gota 1925
Uiteindelijk begon hij weer te schilderen. Niet om den brode of onder druk van de staat, maar waarschijnlijk uit een creatieve drang. Uit angst voor het verwijt dat het suprematisme was doodgebloed, antidateerde hij veel werken, alsof er een voortdurende schilderpraktijk met diverse uitingen was geweest.
Impressionisme: Bloemenmeisje 1927 Malevich dateerde het :1903

Meisje met rode stok 1932/3